Ten Aard is een gezellig kerkdorp in de stad Geel. Gelegen aan het Kempens Kanaal vormt het het uitgelezen decor voor een triatlon. Als compensatie voor openwaterzwemmen bij een schrale vijftien graden watertemperatuur, kregen we een uniek fietsparcours door het Kempenland voorgeschoteld. Met de kwart van Geel (12 mei, wedstrijd 35) sluit ik een triatlonvoorjaar Grand Cru af, dat op 15 maart startte met de sprinttriatlon in De Haan, gevolgd door Herderen (31 maart) en Izegem (1 mei).

Move to improve

Nochtans begon 2019 op triatlonvlak onder een ongunstig gesternte. Net als in volle aanloop naar de marathon van Brugge in oktober 2018, kreeg ik opnieuw last van vocht in de knie. Mijn onvolprezen sportarts (sportdoc.be) schreef mij een NMR-scan voor. Die bracht aan het licht dat ik in het bezit was van een rechterknie van een vijfenvijftig die vanaf zijn vijftigste eensklaps kilometers en marathons wilde lopen, lopen, lopen: kraakbeenlijden en een scheur in de achterhoorn van mijn mediale meniscus. Gelukkig kon dr. Frank mijn paniek uit het hoofd praten: het kraakbeenlijden bleek perfect behandelbaar, de scheur was een scheurtje en heel mooi ingekapseld. Gelukkig niet in de voorhoorn van diezelfde mediale meniscus, zo bevestigde coach Dirk, want dan was een operatieve ingreep onafwendbaar geweest. Ook volgde ik het advies om mijn sportbelasting beter te spreiden richting zwemmen en fietsen.

Spoedcursussen anatomie passeerden. In alle onrust kon ik immers niet aan de drang weerstaan via dr. Google de ligging van een voor- en achterhoorn te bestuderen. Ik mocht van geluk spreken dat ik op jonge leeftijd de coureur in mij had willen ontwikkelen en aangevoeld had dat geen voetbaltalent in mij verborgen zat. Anders gesteld, de kans is groot dat Europese voetbalgrootheden als Felipe Avenatti of Teddy Chevalier op hun vijfenvijftigste niet meer het blokje rond zullen kunnen lopen wegens weggehaalde meniscusschokdempers. Behalve met sportdoc zijn we in het Waasland ook gezegend met masseur Mark en sportkinepraktijk REV, waar Frederik mij een intens knie-rehabprogramma voorschreef en mijn progressie opvolgde, telkens gekaderd in een breder bewegingspakket.

En net toen de knie-rehab zijn volle vruchten afgeworpen had en ik weer voluit alle looptrainingen van coach Dirk kon afwerken, maakte ik op de ochtend van Goede Vrijdag een doodsmak met mijn tijdritfiets. Op het einde van het jaagpad Wintam-Ruisbroek wil ik nog vlug mijn Garmin op ‘resume’ zetten – mijn gemiddelde snelheid… – mijn smartphone checken en de wielertoerist in mijn zog nog hoffelijk signaleren dat ik rechtsomkeer zou maken, of daar komt die knalrode slagboom op mij af. Mijn vriend de slagboom moet zich een hoedje geschrokken hebben, want we kennen elkaar net 25 jaar en al honderden keren heb ik hem keurig gepasseerd via de twee meter open ruimte ernaast, om vervolgens een U-turn te nemen en een nieuw tempoblokje aan te vatten. Nu niet. In een reflex probeer ik er mijn fiets nog naast te duwen, maar haper aan het uiteinde van de stang, klets heel zwaar op mijn linkerdijspier en tuimel vervolgens met de volle bovenkant van mijn strak aangesjorde tijdrithelm tegen het asfalt. Na een minuutje kermen en brullen, kom ik terug in de realiteit van een paasvrijdag in Ruisbroek. Dat het lukt om met pijn te steunen of strompelen op mijn linkerbeen voelt als een miniverrijzenis aan.

De Haan 2019 (klik op de foto voor een grotere weergave)

Om 10 u. ’s ochtends word ik samen met mijn Cannondale keurig thuis gepost door de vriendelijke VAB-pechverhelper –- heeft ook u een fietsbijstandverzekering bij Cycling Vlaanderen? –- die mij op de terugweg in zijn camionette opfleurt over zijn complexe sleutelbeenbreuk annex medische blunder en drie maanden werkverlet na een onschuldige val met zijn fiets, nadat hij “met zijn madam mee ging fietsen en ook eens de sportieve wou uithangen”. De opluchting is groot dat ik Ria kan navertellen dat de velg van mijn achterwiel en niet mijn heup of knie gebroken is. Ik kom er met een zware dijspierkneuzing van af, het minst slechte scenario. Of gunnen de sportgoden mij toch nog een tijdje de belevenis van borst- en rugnummers opspelden? Tegelijk kondigt zich een nieuwe, prioritaire ronde langs sportdoc en REV aan. Opnieuw is blijven bewegen de boodschap en al kost het mij zweet en tranen om mijn schoenveters te knopen en voelt zelfs wandelen onaangenaam aan, maar – wat volgt kan plantrekkerig overkomen – mijn zwem- en koersfietstrainingen kan ik na een pijnlijke start telkens keurig afwerken. Looptrainingen daarentegen moeten ingekort, verlicht of uitgesteld worden.

 

Swim

Mag het een klein sportmirakel genoemd worden dat ik mij op 1 mei stevig ingetapet aanmeld in het Izegemse Krekelbad voor de zwemwedstrijd van 500 meter, als aanloop naar het latere fiets- en loopluik? Ik heb mijn hart verpand aan de sprinttriatlon in mijn geboorte- en collegestad Izegem, waar pas/reeds (schrappen wat niet past) vijf jaar geleden mijn triatlondoop plaatsvond. Enkele dagen voor ik de kaap van de vijftig zou ronden, vertrouwde mijn sportboezemvriend Dominique onder het motto ’drie tijden voor de prijs van één’ me toe dat hij een wildcard bekomen had voor het clubkampioenschap van ‘Izegem’. Omdat we al twee decennia als concullega’s samen het tijdritcircuit voor recreanten hadden afgeschuimd, bleef zijn nieuwe uitdaging nazinderen. Ik schoof mijn vrees voor loopblessures onverwacht opzij en hengelde bij triatlonvoorzitter Frank ook naar startrecht. Vriendelijk en prompt verwelkomde hij “opnieuw een Lagae” in zijn wedstrijd. Al zal de manager in hem ingeschat hebben dat hij nu 50% kans had om een prospect tot triatlonklant te upgraden. Vier loopbandtrainingen later zwom ik 20 baantjes van 25 meter in 9’05”. Ik koerste als een leeuw: 28 kilometer aan gemiddeld 38,3 km/u., en won een dertigtal plaatsen, waar ik er tijdens het aansluitende loopluik een twintigtal van verloor. Maar met overall een 62ste plaats op 95 tussen vooral jongere triatleten had ik me niet belachelijk gemaakt. Ik nam me voor om vanaf 2015 het driestere koersen af te bouwen en de overstap richting het meer gevarieerde en gemoedelijke triatlon te maken.

En op 1 mei 2015 (wedstrijd 2) stond ik voor mijn echte triatlonvuurdoop: het Belgisch kampioenschap voor teams opnieuw in Izegem. Om de twee minuten startte een team voor een ploegentijdrit zwemmen, fietsen en lopen. Als kersvers lid van de triatlonclub werd ik om 10u.02 ’s ochtends met zes clubleden, die ik van haar noch pluimen kende, verwacht aan de niet zo idyllische boorden van het kanaal Roeselare-Leie. Global warming kenden we toen nog niet, want de buitentemperatuur bedroeg 8 graden en de watertemperatuur 13 graden. De opdracht bestond erin om met minstens vijf clubleden samen te blijven, gegidst door onze ervaren kapitein Roy. Ik kon mijn mannetje staan in het zwemmen, deed kilometers kopwerk tijdens het fietsen en had binnen de groep het gezag afgedwongen om het lopen aan mijn trager tempo aan te passen, waardoor ik mee de finish haalde. Ons team eindigde ongeveer 130ste op 180, maar voor de beginners voelde het als een overwinning aan. Zo zal coach Bart zich nog levendig herinneren hoe ik, gestuwd door opstootjes van koudwatervrees, getwijfeld had of ik al dan niet aan het BK ploegen zou deelnemen.  De rest is geschiedenis: Bart leerde mij geduldiger hogere volumes opbouwen, vet verbranden en tijdig recupereren. En over een traject van 28 maanden bouwden we via sprint-, kwart- en halve triatlons op naar ultiem finishen in het EK lange afstandstriatlon in Almere in september 2017 (wedstrijd 22).

Terug naar de 1 mei 2019 viering in zwembaan 2 in Izegem, waar ik als bijna oudste van het pak om een onduidelijke reden tussen de dames Jonie Vanhoutte – dit jaar al winnares in De Haan en Veurne – en Margot Vandekerkhove ingeroosterd lag. Opgejaagd door mijn zwemprogressie deze winter, wedstrijdadrenaline, vlugge suikers en mijn overmoed om Jonie een tiental meter bij te benen, neem ik na 19 seconden mijn eerste keerpunt en kom na 100 meter door in 1’36”. Exact wat zwemcoach Davy niet wou en waar hij tijdens de (de)briefing van De Haan (8’41”) en Herderen (8’51”) maar bleef op hameren. Na 100 meter schakelt een zwemmer immers over op een andere energiesysteem. Vanaf dan wordt het werkdag en zwemmen we anaeroob. Telkens zo krachtig mogelijke afstoten – het veel snellere tuimelkeerpunt kreeg ik helaas niet meer in mijn motorisch programma ingevoegd – om de twee of liefst om de vier slagen ademen en vooral positief blijven denken is nu de boodschap. Zuurstofschuld kan immers voor bewustzijnsvernauwing zorgen en vragen binnenlaten als: waarom doe ik dit eigenlijk? De laatste honderd meter is klassiek vlugger, ook omdat de verlossing dan nabij is. Ik tik aan na 8’45”, zes luttele tellen boven mijn persoonlijke besttijd van De Haan 2018 (wedstrijd 23), als 39ste van 72 deelnemers.

Wim snelt uit de wisselzone  (klik op de foto voor een grotere weergave)

Bike

Binnen de categorie van sprinttriatlons zijn De Haan en Herderen draftingwedstrijden. Aan de coureur in mij moet geen drie keer uitgelegd worden dat er dus geprofiteerd mag worden van het zog van de voorganger. Zowel in De Haan (38,3 km/u. gemiddeld en vijfde fietstijd op 30) als in het heuvelachtige Herderen (34,5 km/u.) kan ik de sterke coureurs volgen en aflossen. Izegem daarentegen is de eerste niet-stayerwedstrijd dit jaar.  Ondanks de kick van mijn vol tubeachterwiel en licht voorwiel, laveer ik voorzichtig à krampachtig door de vele bochten. Ook de rode slagboom lijkt nog mee te fietsen. Toch mag ik met een fietsmoyenne van 37,5 km/u. over de 23 km onder de mensen komen. Ook de kwart in Geel, 36,8 km/u. gemiddeld over 38 km, bevestigt dat ik frisser uit het water kom en die oude koersbenen terug begin te krijgen. De tip van coach Dirk indachtig dat vijftigplussers best gerichter trainen om spierkracht te behouden, zoeken we nu gericht de hogere wattagewaarden op. En dat rendeert.

 

Run

Problematisch blijven mijn wissels. Akkoord, ik stond niet op de eerste rij toen de handigheidjes uitgedeeld werden, maar het blijft frustrerend om na de wissel de triatleten die ik op het einde van het fietsen eindelijk bij hun nekvel had, als steeds kleiner wordende puntjes voor mij te zien uitlopen. En nog tijdens mijn eerste loopmeters stormt neef Kasper mij voorbij. Ik benijd hem niet, want hij moet er alles uitpersen om het gaatje naar de leider toe te lopen. Kasper blijft ook dit jaar Belgische top – in Izegem tweede en in Geel vierde – en binnen de categorie van triatleten met een anderhalve fulltime job kent hij zijn gelijke niet. Al wil de overlevering dat Kasper, net als zijn broer Korneel, in het Gallische dorpje Lendelede op jonge leeftijd in een overvolle ketel energiedrank getuimeld zou zijn.

Wim tijdens het loopnummer op 1 mei (klik op de foto voor een grotere weergave)

Terug naar mijn eerste loopkilometer, waar het nu volop Dag van de Arbeid is. Door de opgebouwde wedstrijdervaring en de gerichte combischema’s passen mijn spieren zich steeds beter aan de nieuwe discipline aan. En al zal het looponderdeel altijd mijn achilleshiel blijven, met een gemiddelde snelheid van 12,2 km./u. loop ik zowel over vijf kilometer in Izegem als de tien in Geel mijn beste looptijden ooit in een triatlon.  Hiermee scoor ik wel minder dan gemiddeld tussen de oudjes, dit in tegenstelling tot mijn zwem- en fietstijden.

En meten blijft weten: zowel in De Haan als in Izegem realiseer ik na respectievelijk drie- en vier deelnames mijn snelste eindtijd ooit, een opsteker in mijn ongelijke strijd tegen de tand des tijds. En in Herderen haal ik toch wel het podium zeker bij de vijftigplussers. Helaas constateer ik dit net thuisgekomen na de wedstrijd, wanneer ik de uitslag consulteer en in volle opwinding en ongeloof naast de naam LAGAE Wim plaats drie zie staan. Door nog nahijgend spoorslags huiswaarts te willen bollen om via Sporza Radio de finale van Gent-Wevelgem mee te beleven, blijk ik de cérémonie protocolaire te hebben gemist. Al moet ik voor de volledigheid meegeven dat slechts zeven oudjes de weg naar Herderen gevonden hadden en dat u zich vooral niets moet voorstellen bij een dergelijke podiumceremonie. En op het Izegemse clubkampioenschap stond ik nog een trapje hoger op het fictieve podium van de vijftigplussers. Maar omdat we met slechts drie oude musketiers van de partij waren, zal de invoering van een vijftigplusklassement op toekomstige clubkampioenschappen niet als variapunt de bestuursvergadering binnensluipen.

Al hoop ik dat ons legertje vrijwilligers ook de volgende jaren een apart clubkampioenschap in elkaar blijft boksen, wat een unicum blijkt in het landschap van de triatlonclubs. En vooral dat ik dan nog van de partij mag zijn, nog personal bests kan najagen en onder gelijkgezinden sterke verhalen over de belangrijkste bijzaken delen. Bijvoorbeeld, hoe ik als bij wonder nog die rode slagboom en horrorval kon ontwijken of hoe ik op het tochtige podium toch wel een stevige verkoudheid opscharrelde?