Lieven Breemeersch bijt de spits af en stuurde een prachtig verslag van zijn eerste volledige triatlon, Challenge Almere. Proficiat Lieven, proficiat met het resultaat, de doorzetting, volharding, karakter en natuurlijk het verslagje ;)!

Bij deze wensen wij u veel leesplezier.

web-caar3987

Finish Lieven Breemeersch

Lieven Bremeersch:
“‘Veel dichter dan dit ben ik er nog niet bij geweest’, spookt er door mijn hoofd. Over exact 15 uur worden we te water gelaten. Gelukkig zitten we nu even op een stuk dat beter bolt, want over Antwerpen ging het niet veel sneller dan mijn gemiddelde zwemtempo (zonder wetsuit dan nog).

Vorige week googelde ik nog ‘laatste weken voor Iron Man’ op mijn laptopje, kwestie van niets aan het toeval over te laten. Trainer Google zei: ‘Beetje trainen, carboloaden, veel rusten en proberen tot het laatste gaatje te werken om vervolgens je zorgvuldig opgestapelde energie te investeren in een zenuwslopende rit richting Almere om daar op het nippertje de check-in te halen.’ Ik zit op schema.

Het tormenterend trage verkeer richting Almere vormt het laatste obstakel in een resem tegenslagen die het afgelopen jaar mijn pad gekruist hebben. Het begon met de weddenschap die ik verloor, waardoor ik plots gedoemd was om te beginnen trainen voor de volledige triatlon – vaarwel luie kont in de zetel, en dat voor een jaar lang. Maar goed, trainingsschema’s werden opgesteld, babysits ingeschakeld, voedingsadvies ingewonnen en genegeerd … De trainingen misten hun effect niet en de moed begon te stijgen tot het lichaam het op de meest ondankbare momenten liet afweten. Kerstvakantie: griep. Krokusvakantie: klierkoorts. Paasvakantie: gewrichtsbanden af. De wanhoop dreigde het over te nemen, maar vanaf juni mocht ik weer rustig beginnen lopen en mijn schemaatje voor de komende drie maanden lag klaar. ‘Als je het schema kunt uitdoen zonder verdere blessures, zou je de iron man moeten kunnen uitdoen’, zei de trainer van dienst. Wist hij veel dat ik voor de goedkope versie gekozen had met Challenge Almere. Gelukkig liepen de trainingen vanaf dat punt behoorlijk en vanaf juli kon ik weer een 10 km lopen. Een drietal kwartjes tijdens de zomer moest volstaan om wat wedstrijdritme op te doen. Helaas kwam Kortrijk iets te vroeg om goed te lopen, was de triatlon van Vlaanderen iets te warm om goed te lopen en had ik in Izegem mijn remmen iets te dicht tegen mijn wiel gezet om goed te lopen – euh, fietsen. Met een goed gevoel richting Almere dus.

Ik had op voorhand een mental picture gemaakt van een aankomst in m’n dooie eentje: ik die over de meet strompel terwijl een bosje wildvreemden flauw een handje staat te klappen, daar een vijftal minuutjes staan waaien om vervolgens onverrichterzake mijn boeltje te pakken en het strijdtoneel hinkend en moederziel alleen te verlaten. Om mezelf die anticlimax te besparen had ik wat mensen opgetrommeld om me te vergezellen op deze sportieve uitstap. Ik kon een groepje stadsmussen overtuigen door te zeggen dat we de volgende dag Amsterdam konden bezoeken, niet wetend dat ik tegen dan in een behoorlijk vegetatieve toestand zou verkeren. Maar goed, ze waren dus alle zeven gefopt.

‘Knal.’ Is dit het dan? Een schamel knalletje dat de start van mijn eerste volledige triatlon inluidt? Ik vermoed van wel want iedereen rondom mij begint als een bezetene om zich heen te stampen. Het betere stamp- en duwwerk is niet mijn beste discipline en dus laat ik een stelletje schijnbare drenkelingen voorgaan. Het mooiste moment komt bij de eerste boei. Driehonderd man die er allemaal van overtuigd zijn dat hun wedstrijd afhangt van deze ene bocht. Wie de binnenbocht niet heeft, valt af en is gedoemd om tot middernacht te harken om hopelijk nog net binnen de tijd over de meet te gaan. Ik beland in de buitenbocht en (opgelet! spoiler!) verlies op die manier minstens een kloeke twee uur, wat me uiteindelijk de overwinning zal kosten. Al had Jan Raphael, toegegeven, ook geen slechte dag.

Het zwemmen zit erop. Tijdens het zwemmen heb je nooit een idee van hoe het ging, maar mijn Forerunner vertelt me dat ik gedurende 1u2min het beste van mezelf gegeven heb in het water. Vijf minuten sneller dan gepland! Vijf minuten waarvan ik er direct drie en een halve weggooi tijdens een dramatische wissel. De ingecalculeerde 2 min werden er 5,5, maar soit, ik zit op mijn fiets.
Bart Becquart is een sluwe vos. Typisch aan triatlon is het ‘samen-sterk-gevoel’. Nergens wordt er zo voor elkaar gesupporterd als tijdens een triatlon. Als je anderhalf uur na je eigen aankomst iemand ziet starten aan zijn laatste loopronde van 10,5 km dan roep je toch ‘kom op, super bezig!’. De atleet in kwestie weet van zichzelf dat een supertijd veraf is, maar ziet dit toch als een compliment. Als je dus op een tijd van 11 uur mikt en na een dik uur zwemmen roept iemand je toe dat je al aan een derde bent, dan is dat voor interpretatie vatbaar. Maar het geeft wel moed, en dus: bedankt Bart, bedankt.

Hweb-ccbx0278et fietsen gaat zoals verwacht. 150 km goed tot zeer goed, maar dan toch wat verval. Tijdens de laatste 30 km zakt mijn gemiddelde snelheid van 35 naar 34 km/u, deels omdat ik een poging doe om mijn wedstrijd goed in te delen, deels omdat de benen 150 km wel genoeg vinden. Ik rol binnen na een tocht van 5u17min en mijn tussentijd is 6u24min. Nu nog een marathon van 4,5 uur en mijn officiële streefdoel van 11u is binnen! Maar in mijn hoofd speelt stiekem de gedachte aan een uurtje minder en dan haal ik de magische grens van 10u.

Na opnieuw een draak van een wissel (waarbij ik twee keer verkeerd loop en ook nog een stukje terugloop richting toilet om op het laatste moment toch maar te beslissen om het plasmoment nog wat uit te stellen) ben ik klaar om zes toertjes van 7 km te lopen. Voor de indeling ben ik gewonnen want bij tien toertjes van 4,2 km raak ik de tel kwijt (op zo’n moment neemt de atleet in mij het over van de wiskundeleraar) en bij 2 toertjes van 21,1 km zakt de moed me bij voorbaat in de schoenen. Op de fiets had ik nog niet door dat het warm begon te worden, maar tijdens het lopen begint de warmte toch toe te slaan. Geen paniek, spreek ik mezelf moed in: bij elke bevoorrading rustig iets drinken en wat sponzen uitpersen en voor ik het weet zit het erop.

Na 15 km zit het gevoel nog altijd goed (gemiddeld 12 km/u) en overweeg ik om wat te verdapperen. Gelukkig is er ook nog de realistische Lieven die me influistert dat ik misschien best wacht tot kilometer dertig. Daar aangekomen dank ik mijn realistische kant want het vet is duidelijk van de soep. Nog twee rondjes en ik begin te beseffen dat 10 uur er niet meer zal inzitten, tenzij ik nog een spectaculaire versnelling inzet. Ik schat de kans echter groot in dat een versnelling gevolgd zal worden door volledig stilvallen en dus ben ik al blij dat ik mijn tempo min of meer kan vasthouden. Volledig uitgeput kom ik na 3u36min lopen over de meet en daarmee strand ik 4 minuten over de 10u. Op de timer boven de meet prijkt 10u14min – hufters, al mijn finishfoto’s verpest doordat de profs 10 min eerder startten. Maar goed, met 10 uur en 4 minuten kan ik best leven, met dat beloofde dagje Amsterdam plots heel wat minder.

Tot slot wil ik hier niemand in het speciaal bedanken. De trainer die mijn schema’s opstelde niet, de club voor de begeleiding niet, Greet, die ik het waardevolle inzicht heb meegegeven dat triatlon een manier van leven is, ook al niet, Joost voor de vele trainingsuren samen niet, de supporters die mee waren naar Almere en me over de meet schreeuwden al helemaal niet en dan vergeet ik er nog een heleboel niet te bedanken. Want als ik iemand wil bedanken zal ik dat wel persoonlijk doen.

En o ja, het klopt dat ik tijdens de afsluitende 10 km enkele keren vol overtuiging verklaard heb dat ik dit huzarenstukje nooit van mijn leven nog zou herhalen, maar dat moet je nu ook weer niet al te serieus nemen. Ik ben namelijk erg consequent, maar niet altijd.”

Ps: dergelijke wedstrijdverslagen zijn altijd welkom en zullen met plezier op onze website geplaatst worden.